Wat glas weet,
leert het traag.

I
Aan de vlam
Borosilicaatstaven smelten op ~1200°C. Millimeter per millimeter groeit een vorm. Adem, hand en warmte moeten samen bewegen.
II
Pâte de verre
Fijn gemalen glas wordt in een negatieve vorm gepakt en langzaam gesmolten. Het resultaat is opaak, poederig, breekbaar.
III
Casting
Gietwerk in wax-lost mallen. Hier ontstaan de zwaardere volumes — helder, maar met een geheugen aan de vorm die verdween.
IV
Assemblage
Glas ontmoet ander materiaal — hout, textiel, metaal. De ontmoeting is even belangrijk als de stukken zelf.